In memoriam - Truus Boot
(16 mei 1946 - 13 september 2008)

Klik hier voor een bibliografie van
haar vertalingen.
Afscheidswoorden bij de crematie van Truus Boot op donderdag 18 september 2008
door medenetwerksters Rita Gircour en Eef Gratama, en door Mirjam de Veth,
literair vertaalster van het Atelier de traduction d'Amsterdam
Wie had drie weken geleden gedacht dat het nu al de tijd zou zijn om fraaie doch onnuttige woorden over het hoofd van de arme Truus uit te storten in deze setting.
De woorden moeten fraai zijn, omdat Truus zelf haar woorden altijd eerst proefde voordat ze ze opschreef. Vandaar dat haar vertalingen altijd zo voortreffelijk liepen, en zij een van de beste vertalers was. We kunnen het zo'n fijnproever als Truus, in de meest brede betekenis van het woord, niet aandoen om haar met een nare smaak achter te laten.
Onnuttig omdat er van de kant van Truus geen reactie meer op zal komen. En de reacties van Truus waren vaak schitterend. Truus was van de gevatte opmerkingen, de snelle repartie. Zo erg zelfs dat we een tijdje overwogen hebben om de spitsvondigheden op te schrijven in een boekje. Maar dat projectje is helaas snel verwaterd, het was te droef gesteld met het literaire gehalte, en bovendien is er aan Truus geen boekhoudster verloren gegaan. We moeten dus voortaan putten uit ons geheugen.
Maar wat zou de reactie van Truus op deze situatie zijn geweest? Vanaf nu blijft het speculeren, maar volgens mij:
- Zou ze vast dik tevreden zijn geweest over de opkomst.
- Zeer geschokt zijn over haar snelle ondergang.
- Vol lof over de respectvolle, en uitmuntende verzorging die haar op de intensive care van het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis is geboden.
- Ze zou Arja van Gelder en Jacqueline Wesselius de helden van het moment gevonden hebben.
- Met genoegen constateren dat alle belangrijke mensen er zijn. Uit binnen- en buitenland. De vertaal- en uitgeefwereld, de architectuurgroep, het zangkoor, de familie en buurt. Mensen uit de vele netwerken die Truus had in Amsterdam en omgeving, en ver daarbuiten.
- En ze zou wat verbaasd zijn dat er zoveel mensen zo oprecht verdriet hebben over haar ziekte en dood. Wat ze overigens zeer terecht had gevonden.
Truus heeft haar populariteit denk ik altijd wat onderschat. Evenals het enorme talent dat zij had, als socio, als vertaalster, als netwerkster. Ze wist gelukkig wel zeker dat ze goed was in het vervaardigen van fraaie doch onnuttige handwerken. Daarin was zij tenslotte gediplomeerd. En dat scheelde. Maar aan het gat dat is gevallen door de dood van Truus valt met fraaie woorden en fijne borduursels niets meer te doen. En zelfs de hoopvolle suggestie van het zoontje van Diane MacIntosh: "But can't doctor Frankenstein bring Truus back to life?" zal helaas "nope" als antwoord moeten hebben - al zou Truus de suggestie zeker het noteren waard hebben gevonden. We zijn Truus kwijt, en daar zullen velen van ons nog lang, veel verdriet van hebben.
Rita Gircour
Meer dan twintig jaar is Truus lid geweest van de SVVT, de Stichting Vrouwennetwerk van Vertalers en Tolken, een club die eens in de twee maanden in Den Haag bijeenkomt. Ze was zelfs een van de leden van het eerste uur, toen ze in 1985 toetrad, een periode waarin de leden van het netwerk elkaar nog in een huiskamer ontmoetten, in plaats van in de Pulchri Studio aan het Lange Voorhout, nu alweer zoveel jaren onze vaste stek.
Al die jaren is Truus een trouw lid gebleven en heeft ze zelden een bijeenkomst overgeslagen, terwijl het netwerk uitgroeide tot een club van bijna 100 vrouwen, die hoofdzakelijk als commercieel vertaalster en tolk werkzaam zijn. Daardoor vroeg Truus zich wel eens af of zij, met haar specifieke vertaalrichting, nog wel genoeg bij te dragen had aan het netwerk, dat het principe 'halen en brengen' hoog in het vaandel houdt.
Maar gelukkig is ze altijd lid gebleven, en als er iemand is die ons netwerk veel gebracht heeft, is dat Truus. Bestuurslid wilde ze nooit worden, vanwege de vaste verplichtingen die dat met zich mee zou brengen naast al haar drukke werkzaamheden, maar een lustrum organiseerde ze voor ons maar liefst twee keer, en dat met groot enthousiasme. Ook heeft ze ons diverse malen tijdens algemene bijeenkomsten of vergaderingen van de Franse sectie verteld over de bijzondere aspecten van het literair vertalen. Daarnaast heeft ze interessante sprekers uit haar vakgebied aangedragen, laatstelijk nog in mei 2007, toen Jeanne Holierhoek op haar verzoek kwam spreken over haar Montesquieu-project. Ik kon helaas niet bij die bijeenkomst aanwezig zijn, maar dat het geslaagd was geweest, bleek wel uit de 'spinnende' en glunderende reactie die ik later van Truus te horen kreeg. Ze was altijd zo enthousiast over haar vak dat het aanstekelijk werkte, en ze wist ieders belangstelling te wekken voor de problemen die ze bij het vertalen van menige Franse roman tegenkwam. Dit resulteerde dan in levendige discussies op de e-mailcircle, waarop andere netwerksters van de Franse sectie Truus oplossingen voor woordgrapjes of andere lastige vertaalkwesties probeerden aan te dragen.
Dat Truus een unieke positie in ons netwerk innam, blijkt ook uit de vele reacties van alle netwerksters op haar plotselinge overlijden. Zij omschrijven haar als een vrolijk en enthousiast iemand, met veel gevoel voor humor en altijd een glimlach op haar gezicht. Toen ik van de week de foto's van ons laatste lustrum nog eens op de website van het netwerk bekeek, zag ik Truus inderdaad meermalen glimlachend op mijn scherm passeren. Ze kon zo intens genieten van het samenzijn met haar collega's.
Andere eigenschappen die werden genoemd waren haar nuchtere, laconieke en bescheiden aard. Nooit liet ze zich voorstaan op haar bijzondere vertaalprestaties. "Hoe langer ik bezig ben, hoe meer ik ga twijfelen aan mijn kunnen", zei ze in een interview dat haar voor het laatste lustrum werd afgenomen. Maar ze bekende ook wel dat ze het heerlijk zou vinden als een door haar vertaald boek eens bij Scheltema op de toontafel zou komen te liggen, in plaats van op het onderste plankje in de kast. Gelukkig heeft ze dat ook wel eens mogen meemaken, onder meer bij het verschijnen van de vertaling van de biografie van Sartre, toen de mensen bij de signeersessie in een lange rij tot op het Koningsplein stonden.
En nu vormen wij hier met elkaar een lange rij om Truus een laatste groet te brengen, en we zijn haar, ondanks het verdriet om haar plotselinge overlijden, dankbaar voor alles wat ze ons heeft gebracht. Ze was een collega om trots op te zijn, en we zullen de herinneringen aan haar koesteren.
Eef Gratama
Lieve familie, naasten, vriendinnen en vrienden van Truus
Het zal niemand verbazen dat we hier met zovelen zijn om afscheid van Truus te nemen. Een van de dikste boeken in haar huis was haar adressenboek. Truus was een echt mensenmens. Het woord 'fideel' past bij haar, ze was een fidele meid, trouw, betrouwbaar, hartelijk, en met een groot gevoel voor rechtvaardigheid. In de vele clubjes en netwerken waarvan ze deel uitmaakte was zij een bindende kracht. Ze kende iedereen en was genereus in het delen van die kennis. Ze bracht mensen met elkaar in contact. Contactje leggen niemand zeggen, noemde ze dat. Veel mensen hebben veel aan haar te danken.
Truus was er altijd bij, maar plaatste zichzelf nooit op de voorgrond. Ze was wars van iedere pretentie en kon met haar fijngepunte ironie iedere neiging tot opgeblazenheid of gewichtigdoenerij feilloos doorprikken. Zo iemand had dan volgens haar last van een 'groot egootje'.
Ze had een twinkelend, volstrekt eigen taalgebruik. Een vermogen om mensen pakkend te typeren. Zo heette Sartre steevast 'de oude loensaard met zijn wijfjes'. Iedereen zal zo een aantal gevleugelde Truusuitdrukkingen koesteren. In het Atelier de traduction zorgde ze met haar nuchtere, plastische opmerkingen vaak voor daverende lachsalvo's; van de aristocratische achttiende-eeuwse Madame du Deffand beweerde ze: 'Gut, ze was helemaal van de leg.' Die brede lach, die warme stem, het gebaar waarmee ze haar bril opduwde, zullen we ongelooflijk missen.
En natuurlijk haar veelzijdige vertaaltalent. Wat maakt iets tot een typische Traductruusvertaling? Dat is allereerst de grote zorgvuldigheid. Het geduld en de precisie die ze opdeed bij het hogere frivolitéwerk kwamen hierbij goed van pas. Alles werd gecheckt en gedubbelcheckt. Ze kon een kolonel buiten dienst uren doorzagen tot ze precies wist hoe een bepaalde uniformknoop heette. Dat was meteen ook een welkome afleiding om achter haar bureau vandaan te komen. De komst van internet, waardoor je als vertaler de deur niet meer uit hoeft, heeft voor Truus zeker veel plezier aan het vak ontnomen.
Als ze alles dan bijeengegaard had, kauwde ze net zo lang op de zinnen tot ze 'vertruusd' waren, tot ze dansten in haar hoofd, en dan stond het er ook in één keer goed. En iedere tekst danst op zijn eigen muziek. Want al haar vertalingen zijn onvervreemdbaar traductruus, maar tegelijkertijd volstrekt trouw aan het origineel. Ze miste wel eens een deadline maar nooit een nuance. Haar rijke, kruidige woordenschat gecombineerd met haar inventiviteit leverde vaak schitterende vertaalvondsten op. Maar het eigene van haar vertalingen zit 'm in kleine dingen door de hele tekst heen.
Het is altijd precies dat ene rake woord, die treffende uitdrukking. In haar vertaling van Huysmans, die van leer trekt tegen de destijds pas voltooide Eiffeltoren, noemt ze die toren 'een eenzame zetpil vol gaten met een suddervleeskleur'. En als je ergens leest 'Ja, dat was andere koffie dan thee', dan weet je zeker dat het door Truus is vertaald. Overbescheiden als ze was, wimpelde ze complimenten weg met 'het staat er toch gewoon'.
Ze laat een rijk vertaaloeuvre na, een brede waaier van auteurs met ieder hun eigen stijl. Van barok en hilarisch tot poëtisch en ingehouden. Ze hield van Emmanuel Bove, een auteur die door een klein detail een wereld van melancholie kon oproepen. De nazaten van Bove, zogenaamde minimalisten als Patrick Deville en Jean Echenoz, die zich toeleggen op sober taalgebruik en precieze observaties, werden door haar in Nederland geïntroduceerd. Ook in natuurbeschrijvingen was ze goed. Ze hield van de natuur. Tijdens atelierwandelingen in de Morvan en de Ardennen schoot Truus geregeld de berm in om veldboeketten te plukken. Ze wist van elk sprietje of plantje precies hoe het heette. Daarom tot slot een fragment uit haar vertaling van Medusakind van Sylvie Germain:
Derde miniatuur
Er speelt iemand op een fluit. Een langzame, wat aarzelende melodie, maar zo mooi. De schemering kleurt de hemel roze, de vlucht van de vogels neemt af en wordt langzamer, de bewegingen van hun vleugels worden wijd en lusteloos. Ze wiegen heen en weer door de vochtige, roze lucht die naar gemaaid gras, hars en brem ruikt. En er is de weeë, bedwelmende lucht die uit het moeras opstijgt. En ook de geur van de boomgaarden waar de takken zich zachtjes buigen onder het gewicht van de vruchten. En die uit de tuinen waar de bloemen hun blaadjes langzaam sluiten over hun afgekoelde hartjes. Bijen dommelen soms in, zo midden in die goudkleurige klamheid. Heel licht op hun zij, weldadig dronken van de suiker en het harde werken, slapen ze in op hun bedjes van stampers, in een droom van honing.
Dag lieve Truus,
Mirjam de Veth